Home > Andere > Overzicht rechtspraak

Overzicht rechtspraak

Raad van State - arrest 138.860 van 23 december 2004

arrest Raad van State nr. 138.860

Op 16 december 1997 vaardigde de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden omzendbrief BA-97/22 uit, gekend als de omzendbrief Peeters. Daarin zette hij de interpretatie uiteen die door de Vlaamse toezichthoudende overheden zal gevolgd worden bij de toepassing van de bestuurstaalwetgeving. Op een aantal punten verschilde de interpretatie van de Vlaamse regering met de tot dan toe gangbare. Op 25 februari 1998 diende de gemeente Kraainem een verzoekschrift in bij de Raad van State om de nietigverklaring te vorderen van omzendbrief BA-97/22, met Wezembeek-Oppem, Wemmel en Drogenbos als tussenkomende partijen.

De Raad oordeelt dat de gemeentebesturen geen geoorloofd belang hebben bij een nietigverklaring van de omzendbrief omdat daardoor een bestuurspraktijk zou blijven bestaan die steunt op een met de bestuurstaalwet onverenigbare interpretatie. Het beroep tot nietigverklaring van de omzendbrief is dus niet-ontvankelijk.

De Raad van State verwierp het verzoekschrift en bekrachtigde de in de omzendbrief vervatte interpretatie van de Vlaamse regering.

Raad van State, afdeling Bestuursrechtspraak - arrest nr. 184.353 van 19 juni 2008

arrest Raad van State nr.184.353

In dit arrest bevestigt de Raad van State het dictum van het eerdere arrest nr. 138.860. Ter discussie stond een Ministerieel Besluit dat eenvoudig toepassing maakte van de door de Raad op 23 december 2004 gehuldigde interpretatie van de "omzendbrief Peeters" en dit in een zaak rond de taal waarin oproepingsbrieven voor de verkiezingen moeten worden opgesteld.

Het bestreden Ministerieel Besluit stelde dat de correcte interpretatie van artikel 25 van de bestuurstaalwet inhoudt dat een inwoner van een faciliteitengemeente het verzoek om het Frans te gebruiken steeds uitdrukkelijk dient te herhalen (zie randnr. 19 van het arrest). De Raad van State volgde deze redenering en verklaarde bijgevolg de beroepen tot vernietiging van het Ministerieel Besluit ongegrond.

Hof van beroep van Bergen - arrest 2010/RG/269 van 21 januari 2011

Dit arrest ten gronde komt er nadat het Hof van Cassatie een eerder arrest van het hof van beroep van Brussel in dezelfde zaak deels had verbroken en de zaak vervolgens doorverwees. In dit arrest beslecht het Bergense hof van beroep een geschil over de toepassing in fiscale zaken van o.m. de omzendbrief BA-97/22 ("Peeters"). Een inwoner uit een randgemeente had geweigerd om de onroerende voorheffing te betalen aan de Vlaamse Belastingdienst omdat die werd opgeëist in het Nederlands, terwijl hij reeds maanden van tevoren had meegedeeld enkel het Frans te willen gebruiken in zijn betrekkingen met de belastingsadministratie.

Volgens het hof leveren de relevante wettelijke bepalingen uit de Gewone wet op de hervorming der instellingen en die van de Taalwet Bestuurszaken niet de minste interpretatiemoeilijkheid op: de Vlaamse belastingdienst moet in de betrekkingen met particuliere inwoners van de randgemeenten de taal gebruiken die de burger kiest, voor zover die het Nederlands of het Frans is. De twee te beantwoorden vragen zijn volgens het hof dan ook 1) of de burger het Frans gebruikte en 2) of de betrokken belastingadministratie dat wist of moest weten. Op beide vragen antwoordt het hof bevestigend.

Het hof oordeelt dat het voorschrift uit de omzendbrieven om telkens opnieuw uitdrukkelijk een Franse vertaling te vragen van het aanvankelijk in het Nederlands opgesteld document niet ter zake doet nu het formaliteiten toevoegt die niet in de Bestuurstaalwet te vinden zijn.

Europees Hof van Justitie – arrest van 16 april 2013

arrest Europees Hof van Justitie van 16 april 2013

Het hof oordeelde dat het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen ingaat tegen het vrije verkeer van werknemers. Meer bepaald betreft het de verplichting om een arbeidsovereenkomst in het Nederlands op te stellen indien de exploitatiezetel gelegen is in homogeen Nederlandstalig gebied. Het hof oordeelt dat om te voldoen aan de vereisten van het Unierecht een dergelijke regeling evenredig moet zijn met bepaalde doelstellingen, met name de sociale bescherming van de werknemers en het vergemakkelijken van de desbetreffende administratieve controles.

Het hof meent dat deze evenredigheid hier ontbreekt nu partijen bij een arbeidsovereenkomst met een grensoverschrijdend karakter niet noodzakelijkerwijs het Nederlands beheersen. Nochtans verlangt de vorming van een vrije en geïnformeerde wilsovereenstemming tussen de partijen dat zij hun overeenkomst kunnen opstellen in een andere taal.

Verder stelt het hof: “Bovendien zou een regeling van een lidstaat die niet alleen zou voorschrijven dat zijn officiële taal moet worden gebruikt voor arbeidsovereenkomsten met een grensoverschrijdend karakter maar bovendien zou voorzien in de mogelijkheid om daarnaast in een door alle betrokken partijen begrepen taal een rechtsgeldige versie van dergelijke overeenkomsten op te stellen, minder ingrijpen in het vrije verkeer van werknemers dan de in geding zijnde regeling, maar toch geschikt zijn om de doelstellingen van die regeling te waarborgen.”

Grondwettelijk Hof – arrest van 23 januari 2014

arrest Grondwettelijk Hof nr. 11/2014

De Arbeidsrechtbank te Brussel stelde op 12 februari 2013 twee prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof betreffende de taal waarin een sociaal verzekerde zijn of haar rechtsvordering kan instellen voor de bevoegde rechtbank. Artikel 4, § 1, 2de lid van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken bepaalt immers dat “De akte tot inleiding van het geding wordt in het Fransch gesteld, indien de verweerder woonachtig is in (het Frans taalgebied); in het Nederlandsch, indien de verweerder woonachtig is in (het Nederlands taalgebied); in het Fransch of in het Nederlandsch, ter keuze van den eischer, indien de verweerder woonachtig is in eene gemeente van de Brusselsche agglomeratie of geen gekende woonplaats in België heeft.”

Het Grondwettelijk Hof meent dat: “Wanneer de wetsverzekeraar door de werkgever wordt gekozen en, indien die werkgever in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woonachtig is, het Frans of het Nederlands moet kunnen gebruiken met de sociaal verzekerden, zoals bij de artikelen 41, § 1, 42 en 46, § 1, van de voormelde gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 wordt vereist, is het immers niet verantwoord dat het proces waarin een werknemer die het slachtoffer is van een arbeidsongeval en een wetsverzekeraar tegenover elkaar staan die, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, het Frans of het Nederlands hebben gebruikt in hun sociale betrekkingen - ook in de geschillenfase van die betrekkingen -, in de andere taal dient plaats te vinden, waarbij de maatschappelijke zetel van de wetsverzekeraar als lokalisatiecriterium wordt genomen. Die verplichting om die rechtspleging in een andere taal te voeren dan die van de aangeknoopte betrekkingen is niet in overeenstemming met de rechten van de verdediging van de verzekerde, die zich zal moeten verantwoorden in een taal die niet de zijne is, noch met de goede werking van het gerecht, aangezien de rechters de zaak in een andere taal zullen moeten behandelen dan die van de stukken die hun worden voorgelegd, en zij riskeert kosten en onnodige traagheid met zich mee te brengen, aangezien zij het noodzakelijk kan maken dat een beroep wordt gedaan op beëdigde vertalers en tolken, zoals de artikelen 8 en 30 van de in het geding zijnde wet bepalen.”

Het hof oordeelde dan ook dat artikel 4, § 1, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken schendt de artikelen 10, 11 en 30 van de Grondwet doordat die bepaling het een werknemer wiens prestaties zijn verbonden aan een exploitatiezetel gelegen op het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die het slachtoffer van een arbeidsongeval is, niet mogelijk maakt zijn vordering tegen de door zijn werkgever gekozen wetsverzekeraar in te stellen en voort te zetten in de taal waarin die wetsverzekeraar zich krachtens de artikelen 41, § 1, 42 en 46, § 1, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken tot hem dient te richten.

Raad van State – arresten van 20 juni 2014

arrest Raad van State nr. 227.775
arrest Raad van State nr. 227.776
arrest Raad van State nr. 227.777

Op 20 juni 2014 sprak de algemene vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State drie eindarresten aangaande de niet-benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten.

In de zaken Caprasse (arrest nr. 227.775) en Thiery (arrest nr. 227.776) sprak de algemene vergadering zich uit over de uiteenlopende interpretaties die door de verzoekers en door de Vlaamse Regering worden gegeven aan de wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

De algemene vergadering stelt vast dat de interpretatie van die wet door de niet-benoemde burgemeesters, volgens dewelke de particulieren van de randgemeenten die één keer de wens te kennen geven om hun betrekkingen met de gemeentelijke overheid in het Frans te laten verlopen, vervolgens ook automatisch en voor altijd opnieuw de documenten van deze overheid in het Frans ontvangen, niet verenigbaar is met de voorrangsstatus van het Nederlands in het eentalig Nederlands taalgebied. De algemene vergadering meent evenwel dat de interpretatie van de Vlaamse Regering zoals beschreven in de omzendbrieven dat de particulier telkens opnieuw dient te kennen te geven in het Frans te willen communiceren een onevenredige inperking inhoudt van de rechten die de wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken aan particulieren waarborgt.

Om een evenwicht te bewaren tussen de voorrangsstatus van het Nederlands in het eentalig Nederlands taalgebied en de rechten van de Franstalige inwoners van de randgemeenten, oordeelt de algemene vergadering dat diegene die in het Frans wenst te worden bediend door het gemeentebestuur, een verzoek moet indienen door een brief aan het gemeentebestuur te zenden of daar neer te leggen. Deze keuze blijft voor een redelijke termijn, meer bepaald vier jaar, geldig en is hernieuwbaar. Daarnaast kan de particulier bij een welbepaald mondeling contact of met betrekking tot een welbepaald document altijd verzoeken om het gebruik van het Frans.

Daarenboven werd in de zaak Caprasse werd de algemene vergadering de weigering om deze kandidaat te benoemen teniet gedaan, wat intussen heeft geleid tot de definitieve benoeming van deze kandidaat als burgemeester van Kraainem. In de zaken Thiery en Van Hoobroeck d’Aspre verwierp de algemene vergadering het beroep.

Grondwettelijk Hof – arrest 30 juni 2014

arrest Grondwettelijk Hof nr.97/2014

De voorzitter van het Parlement van de Franse gemeenschap had een beroep tot vernietiging ingesteld van enkele artikelen 6van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters ingesteld. Door dit decreet werden sinds april 2014 de (taal)voorwaarden verstrengd in de Nederlandstalige kinderopvang. Zo moet de verantwoordelijke van de crèche en minstens één van de kinderbegeleiders het Nederlands voldoende machtig zijn om aanspraak te maken op subsidie. Bovendien moeten de opvangplaatsen het Nederlands hanteren in hun dagelijks doen en laten.

Het Grondwettelijk Hof weerlegt de meeste argumenten van de Franse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof), maar vernietigt wel artikel 7, tweede lid, van het decreet dat het gebruik van het Nederlands in de werking van de kinderopvanglocatie eist. Dat is volgens het hof ongrondwettelijk.

Andere bepalingen worden niet vernietigd, meer bepaald de vereiste dat de verantwoordelijke en minstens één begeleider het Nederlands voldoende beheersen en de voorrangsregel die in Brussel van kracht is en 55% van de plaatsen voorbehoudt voor Nederlandstaligen, op voorwaarde dat de betrokken ouders makkelijk hun kennis van het Nederlands kunnen aantonen.