Home > Andere > Taalvrijheid

Taalvrijheid

Ik woon in Gent en ontvang een Franstalige reclamefolder van een lokale supermarkt. Mag dit?



In België bepaalt artikel 30 van de Grondwet dat het taalgebruik enkel geregeld kan worden voor een beperkt aantal domeinen, zoals de overheid, het gerecht, het onderwijs of de sociale betrekkingen tussen werkgever en werknemer. Daarbuiten is het taalgebruik vrij. Dat betekent dus dat er geen regels bestaan voor het taalgebruik tussen bedrijven en hun (potentiële) klanten. Reclame mag dus bijvoorbeeld in andere talen dan het Nederlands worden verspreid in het Nederlands taalgebied.



Kan een Vlaamse gemeente de organisator van een evenement op het gemeenteplein verplichten om enkel het Nederlands te gebruiken?



Neen, in België kan de overheid het taalgebruik slechts voor een beperkt aantal aangelegenheden aan banden leggen (zie de artikels 30 en 127 Grondwet), zoals bijvoorbeeld de bestuurszaken, het onderwijs of de sociale betrekkingen tussen werkgever en werknemers. In alle situaties die daarbuiten vallen, geldt een absolute taalvrijheid. Zo mogen particulieren onderling de taal gebruiken die zij zelf verkiezen. Een private organisator die voor een evenement gebruik maakt van het openbaar domein kan dus niet verplicht worden om de bestuurstaal te gebruiken.



Een Vlaamse gemeente kan bijvoorbeeld wel om veiligheids- of gezondheidsredenen een minimaal gebruik van het Nederlands vragen. Wanneer een gemeente een plein ter beschikking stelt voor een evenement van een particulier, zou men kunnen opleggen dat voor de veiligheidsaankondigingen of verkeerssignalisatie minimaal de taal van de stad wordt gebruikt. Op zich is het Nederlandstalig karakter van de gemeente niet voldoende, gezien de eentaligheid enkel slaat op de openbare diensten en niet op de taal van de particulieren die de taalvrijheid genieten.



In het Oostendse NMBS-station hangt Franstalige reclame. Kan dit?



De taalwetgeving kan enkel het gebruik van de talen regelen in een beperkt aantal domeinen, zoals de bestuurszaken, het onderwijs, het gerecht of de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers. Communicatie van een privaat bedrijf met zijn (potentiële) klanten via reclame valt hier dus bijvoorbeeld niet onder. Hier geldt dan de zogenaamde taalvrijheid, dus het recht om het even welke taal te gebruiken. Bij een reclamebord in een NMBS-station is het zo dat de NMBS, die wel onderworpen is aan de taalwetgeving, deze ruimte als het ware ter beschikking stelt van een privaat bedrijf (een zogenaamde 'concessie van het openbaar domein'). Dat betekent dat het privaat bedrijf binnen de ruimte die het ter beschikking is gesteld vrij kan communiceren. Het reclamebord valt dus niet onder de taalwetgeving, omdat het buiten het domein valt van gevallen waar het gebruik van de talen kan worden geregeld. Er bestaat dus geen taalwetgeving voor deze reclameborden.



Er vindt in een Antwerps cultureel centrum een poëzietentoonstelling plaats. Sommige van de gedichten zijn Engelstalig. Kan dit?



In beginsel is in Vlaanderen de bestuurstaal het Nederlands. Dit geldt echter niet voor culturele uitingen. Deze zijn beschermd door artikel 30 van de Belgische Grondwet dat bepaalt dat het gebruik van de talen in België vrij is en slechts voor een aantal domeinen kan worden geregeld. Het artistieke domein behoort hier niet toe, dus er bestaat geen beperking om ook in een publieke context anderstalige gedichten uit te geven, tentoon te stellen, voor te dragen, enzovoort. Dit zou immers de vrijheid van de kunstenaar inperken.

Uiteraard is het toegestaan om bij anderstalige gedichten een vertaling naar het Nederlands te plaatsen, als dit verhelderend werkt voor de lezer/toeschouwer. Maar dit is geenszins verplicht. Het is wel zo dat de omkadering van de gedichten (bv. uitnodiging voor de tentoonstelling) aan de bestuurstaalwetgeving moet voldoen wanneer het initiatief uitgaat van een overheid.