Home > Bedrijfsleven > Veel gestelde vragen

Veel gestelde vragen

Een persoon werkt voor een internationaal bedrijf op haar zetel in de Antwerpse haven en ontvangt Engelstalige mails van zijn werkgever. Mag dit?

De zetel waar u werkzaam bent, bevindt zich in Antwerpen, dit is het homogeen Nederlands taalgebied (dus uitgezonderd de faciliteitengemeenten). Hier geldt het zogenaamde Septemberdecreet of voluit het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen 1) voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van 2) de voor de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen.

Het Septemberdecreet regelt zowel het schriftelijke als het mondelinge taalgebruik en bepaalt dat deze betrekkingen vanwege de werkgever naar de werknemer altijd minstens in het Nederlands moeten kunnen verlopen. Werk gerelateerde vergaderingen, mailverkeer en formulieren vallen onder de toepassing van het Septemberdecreet en dienen dus in de regel in het Nederlands te verlopen. Belangrijk is de aanwezigheid van een hiërarchische band tussen betrokkenen.

De taalwetgeving is enkel van toepassing op de communicatie vanwege de  werkgever die op Vlaams niveau wordt gegenereerd. Indien de mail vanuit de internationale hoofdzetel naar alle werknemers wordt gestuurd, dan valt dit buiten de Vlaamse taalwetgeving en kan die dus in het Engels zijn opgesteld.

Enkele bedrijven wensen een overeenkomst te sluiten. Zijn zij hiervoor onderworpen aan de taalwetgeving?

Neen, in België geldt de zogenaamde taalvrijheid, wat betekent dat buiten een aantal domeinen (bv. bestuurszaken, onderwijs, sociale betrekkingen tussen werkgever en werknemer,…) het taalgebruik vrij in het private rechtsverkeer. De taalwetgeving in het bedrijfsleven slaat op de sociale betrekkingen tussen een werkgever en zijn personeel en op de wettelijk voorgeschreven documenten (bv. statuten). Een overeenkomst tussen bedrijven kan dus in om het even welke taal worden opgesteld: Nederlands, Frans, Engels, Russisch,… In de meeste gevallen kiezen de ondernemingen natuurlijk een taal die ze beiden begrijpen.

In dag- en weekbladen staan geregeld anderstalige wervingsadvertenties. Mag dat eigenlijk volgens de taalwetgeving?

Dat hangt ervan af. Het taalgebruik in wervingsadvertenties van privéondernemingen is vrij. Een vacaturebericht kan niet worden beschouwd als een relatie tussen een werkgever en een werknemer (een sociale betrekking) en behoort dus niet tot een van de aangelegenheden waarvoor het Parlement het taalgebruik kan regelen.

Wervingsadvertenties van openbare diensten vallen wel onder het toepassingsgebied van de taalwetgeving Bestuurszaken. Ze worden beschouwd als berichten en mededelingen aan het publiek.
 
Mag een werkgever in het homogeen Nederlandse taalgebied een sollicitatie-interview afnemen in een andere taal dan die van het gebied?

Hoewel er strikt genomen nog geen arbeidsverhouding bestaat tussen de werkgever en personen die in de toekomst mogelijk bij hem in dienst zullen treden, bepaalt het Septemberdecreet dat “alle betrekkingen tussen werkgevers en de sollicitanten, voorafgaande aan het arbeidscontract en de eigenlijke tewerkstelling, ongeacht het feit of er al dan niet een arbeidscontract tot stand komt” onder het toepassingsgebied vallen (artikel 4, §4, Septemberdecreet). Het sollicitatie-interview moet dus in het Nederlands worden afgenomen.

De werkgever kan wel meertaligheid eisen van de sollicitant en de kennis van andere talen bij sollicitanten toetsen tijdens de selectieperiode. Daarbij kan dus wel een vreemde taal gebruikt worden. Dat betekent niet dat het volledige sollicitatie-interview via deze omweg toch in een vreemde taal zou kunnen worden afgenomen. Een “talentest” kan slechts een onderdeel van een selectieprocedure zijn. Het valt dus moeilijk in te zien hoe de totale procedure in een vreemde taal kan verlopen: het gebruik van het Nederlands is de regel, de vreemde taal mag slechts worden gebruikt om de kennis ervan te testen.