Home > Bestuurszaken > Toegelaten meertaligheid

Toegelaten meertaligheid


Wettelijke nuances


Toeristische mededelingen


In artikel 11, §3 van de Bestuurstaalwet staat de uitdrukkelijke uitzondering om in de toeristische centra de mededelingen voor toeristen in minimaal drie talen te stellen. Verplicht is dus Nederlands, Frans en Duits in deze volgorde te gebruiken. Deze mogelijkheid is echter aan twee vormvoorwaarden onderworpen: 1) (een deel van) de gemeente is reeds door de FOD Werk of Economie als toeristisch centrum erkend en 2) de gemeenteraad moet beslissen dat toeristische mededelingen kunnen en deze beslissing binnen acht dagen aan de Vaste Commissie voor Taaltoezicht voorleggen. De Vaste Commissie voor Taaltoezicht zal erop toezien dat deze voorwaarden effectief vervuld zijn, zo niet laat de VCT meertalige toeristische mededelingen niet toe. Er wordt dus vanaf december 2015 niet langer soepel omgegaan met artikel 11, §3 Bestuurstaalwet.


Hoffelijkheidsprincipe


Dit principe is in de Bestuurstaalwet slechts uitdrukkelijk vastgelegd voor de plaatselijke diensten (artikel 12 Bestuurstaalwet) en de gewestelijke diensten wiens ambtsgebied enkel gemeenten zonder speciale taalregeling omvat (artikel 33, §1 Bestuurstaalwet). Het wordt omschreven in artikel 12, eerste lid, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken en stelt: “Iedere plaatselijke dienst, die in het Nederlandse, het Franse of het Duitse taalgebied is gevestigd, gebruikt uitsluitend de taal van zijn gebied voor zijn betrekkingen met de particulieren, onverminderd de mogelijkheid die hem gelaten wordt aan de particulieren, die gevestigd zijn in een ander taalgebied, te antwoorden in de taal waarvan de betrokkenen zich bedienen.”  De diensten hebben hiertoe de mogelijkheid, ze zijn niet verplicht.

Er wordt algemeen aangenomen dat ook de Vlaamse Overheid het principe kan toepassen, omdat de betrekkingen met de particulieren uit andere taalgebieden niet uitdrukkelijk zijn geregeld. De Vaste Commissie voor Taaltoezicht heeft in haar advies nr. 38.076 van 7 september 2006 geoordeeld dat “naar analogie” met artikel 12 (plaatselijke diensten) de diensten van de Vlaamse Gemeenschap ook toepassing mogen maken van het principe. Men mag dus inwoners van buiten het Nederlandse taalgebied in de eigen taal verder helpen, maar men is daar niet toe verplicht.


Tot slot kan dit principe worden toegepast voor de communicatie met buitenlandse actoren.


Praktische uitzondering


De toezichtinstanties inzake de taalwetgeving, zoals de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, staan in sommige gevallen toch toe dat vreemde talen worden gebruikt als de dienst dat nuttig acht (het is dus evenmin een verplichting). Uit de bestaande adviezen kan men weliswaar geen definitieve criteria afleiden, maar toch blijken een viertal criteria cumulatief aanwezig te zijn om het gebruik van andere talen dan het Nederlands te kunnen verantwoorden:


1.    De dienst/instantie maakt geen systematisch gebruik van de vreemde taal, maar slechts ten uitzonderlijke titel of als overgangsmaatregel.
2.    Het gebruik van de vreemde taal dient een bijzonder doel, zoals het informeren van bepaalde doelgroepen over het bestaan van een welbepaalde dienstverlening.
3.    De anderstalige boodschap wordt in de eerste plaats ook in het Nederlands gesteld en is slechts een vertaling van de Nederlandse tekst (er wordt dus niet meer of andere informatie gegeven in de vreemde taal dan in het Nederlands); bovendien wordt aangegeven dat de anderstalige tekst een vertaling is (door dit te vermelden op het document).
4.    De anderstalige tekst is bestemd voor een bijzonder doelpubliek.



Indien bovenstaande vier voorwaarden vervuld zijn, kan de overheidsdienst naast de bestuurstaal gebruik maken van andere talen. Er dient hoe dan ook duidelijk te benadrukken dat het gebruik van vreemde talen geen systematische meertaligheid betekent. Een aandachtspunt is bovendien dat de bewust informatie bij de juiste doelgroep terecht komen. Er wordt best voor gezorgd dat de anderstalige informatie  enkel in handen komt van de personen die effectief geen of nauwelijks de toepasselijk bestuurstaal verstaan.