Home > Onderwijs

Onderwijs

Het taalgebruik in het kleuter-, lager en secundair onderwijs is niet volledig vrij. De Onderwijstaalwet van 1963 schrijft voor in welke taal in die scholen alle algemene vakken moeten worden gegeven. Ze geldt voor scholen in Brussel, de faciliteitengemeenten en het homogeen Nederlandse taalgebied. De Vlaamse overheid heeft immers nog geen eigen regeling uitgewerkt.


Als we hier over ‘scholen’ spreken, bedoelen we de scholen van het officiële net (de scholen die de overheid zelf inricht) en scholen die door de overheid worden erkend of gesubsidieerd: de scholen van het vrije net. De taalwetgeving geldt dus ook voor het katholieke onderwijs, want dat net is gesubsidieerd en erkend. Omgekeerd kunnen scholen die de taalregels niet volgen, geen overheidssubsidies krijgen. Maar de Onderwijstaalwet sluit niet uit dat er privé-scholen worden opgericht waar het taalgebruik volledig vrij is. Daarnaast zijn er ook scholen waarvoor er afwijkende regels bestaan, bijvoorbeeld internationale scholen of scholen voor de kinderen van anderstalige militairen.


Voor alle duidelijkheid: de taalwetgeving geldt voor de scholen en niet voor de leerlingen of ouders. Alleen in faciliteitengemeenten en in Brussel is op die regel een uitzondering gemaakt.