Home > Onderwijs > De faciliteitengemeenten

De faciliteitengemeenten

In de faciliteitengemeenten is de onderwijstaal het Nederlands. Alleen voor het kleuter- en lager onderwijs (en dus niet voor het secundair onderwijs) bestaat een afwijkende regeling. Onder bepaalde voorwaarden kan de lokale overheid daar verplicht worden om Franstalige basisscholen in te richten voor de anderstalige inwoners van die gemeenten. Die scholen worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Dat gebeurt in elk van de zes randgemeenten en in de taalgrensgemeente Ronse.


De Franstalige scholen in de faciliteitengemeenten zijn bedoeld om de integratie van de Franstaligen in hun gemeente te bevorderen. Daarom voorziet de Onderwijstaalwet dat de leerlingen van die scholen een doorgedreven onderricht van de Nederlandse taal moeten krijgen. Het is dan ook logisch dat alleen de Franstalige inwoners er gebruik van mogen maken.


Wie zijn kinderen wil inschrijven in een Franstalige school in een faciliteitengemeente, moet bewijzen dat ze Franstalig zijn én in de gemeente wonen. Dat wordt bewezen met een taalverklaring die moet worden gecontroleerd door de Taalinspectie. Het kan ook zijn dat de leerling vroeger al ingeschreven was in een andere Franstalige school. Dan moet de directeur van die school dat bevestigen in een taalgetuigschrift.


Nederlandstalige kinderen uit Kraainem mogen dus niet naar een officiële, erkende of gesubsidieerde Franstalige school gaan in de faciliteitengemeente Kraainem. Franstalige kinderen uit Zaventem (homogeen Nederlands taalgebied) mogen dat evenmin. Ze kunnen uiteraard, als ze dat willen, wel naar een Franstalige school over de taalgrens of in Brussel gaan.