Home > Snel naar > Notaris

Notaris

 

Ik koop een huis. In welke taal kan/moet de verkoopakte worden opgesteld?

 

In België is het taalgebruik vrij (artikel 30 van de Belgische Grondwet), tenzij voor een aantal specifieke domeinen zoals de bestuurszaken, de gerechtszaken of het onderwijs. Een verkoop van een onroerend goed tussen particulieren is een private rechtshandeling die niet valt binnen één van de domeinen waarbinnen het taalgebruik kan worden geregeld.

Wanneer de notaris bij de verkoop van een onroerend goed tussen komt, treedt hij op namens private partijen. Deze partijen bepalen vrij in welke taal zij de akte opstellen. In de praktijk wordt de akte meestal opgesteld in de taal van de koper (voor zover dit een taal is die de notaris begrijpt). Indien de verkoper deze taal niet begrijpt, kan ofwel een akte in beide talen worden opgesteld, ofwel een vertaling worden toegevoegd of voorgelezen. Dit is een mogelijkheid, geen verplichting. De notaris kan niet verplicht worden om de akte in het Nederlands op te stellen, noch bestaan er sancties bij weigering. Dat het verkoopcompromis in een bepaalde taal is opgesteld, betekent niet noodzakelijk dat de notariële akte in diezelfde taal moet worden opgemaakt.

De taalkennisvereisten voor notarissen vloeien voort uit de benoemingsvoorwaarden, zoals die zijn vastgelegd in het artikel 43, §10-12, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken. Concreet betekent dit dat notarissen in het Waals (of Vlaams) Gewest enkel de kennis van het Frans (of het Nederlands) moeten bewijzen middels het bewijs van hun diploma. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en in het Duitse taalgebied moeten notarissen tweetalig zijn, dus respectievelijk Nederlands- & Franstalig en Frans- & Duitstalig.



Kan een Franstalige notariële verkoopakte in Vlaanderen worden geregistreerd?

Het is een gevestigde praktijk dat registratiekantoren in gans het land Franstalige en Nederlandstalige akten zonder vertaling aanvaarden. Het Wetboek op de Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten bepaalt hieromtrent enkel dat, indien een akte in een andere taal dan één van de landstalen ter registratie wordt aangeboden, dat er kan gevraagd worden om een door een beëdigde vertaler voor echt verklaarde vertaling voor te leggen (artikel 3). Men is het erover eens dat daaruit a contrario volgt, dat men een in het Nederlands – een van de landstalen - gestelde akte ter registratie mag aanbieden in een kantoor in het Franse taalgebied. De registratie zelf gebeurt echter wel in de taal waaraan de kantoren, overeenkomstig de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken gecoördineerd op 18 juli 1966, onderworpen zijn.